Waarom een EPD een commodity is

Een EPD zorgt voor het verlagen van de kosten van administratieve ondersteuning, en het vergroot de patiëntveiligheid en kwaliteit van de zorg. Er ontstaat een uniforme manier van werken in de organisatie, ondersteund door digitale en papierarme processen. De voordelen van een EPD zijn bekend, maar is een EPD van strategische waarde voor de organisatie?

Vele zorgorganisaties beschikken al over een EPD of zijn bezig er één aan te schaffen. Het is geen geheim dat met de aanschaf van een EPD hoge kosten verbonden zijn. De ontwikkeling van EPD’s heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Beschikte een EPD acht jaar geleden nog niet over alle gewenste basisfunctionaliteit, tegenwoordig kan bijna elke leverancier een volledig uitgerust en gebruikersvriendelijk EPD aanbieden.

Volgens Carr[2003] is een resource pas echt van strategische waarde als het de basis is voor onderscheidend voordeel ten opzichte van rivalen. Onderscheidend voordeel wordt door Carr beschreven als dat je met een resource iets hebt of kunt doen wat anderen niet hebben of kunnen. Omdat een EPD tegenwoordig alom beschikbaar en betaalbaar is, heeft het volgens Carr dus geen strategische waarde meer. Een aantal jaren geleden zorgde het hebben van een EPD nog wel voor onderscheidend voordeel. Maar het hedendaagse EPD is getransformeerd van een resource met strategische waarde naar een commodity factor voor het primair proces van een organisatie.

Volgens Berkowitz ea[2013] en Fasano[2013] kan een organisatie na de implementatie van een EPD de volgende stap maken. Dit is het op doen van ervaring met innovaties die van strategische waarde zijn. Voorbeelden die Berkowitz ea[2013] en Fasano[2013] aanhalen zijn Virtual visits, Telemedicine, Telehealth, Health Information Exchange en Personalized medicine. Deze innovaties maken gebruik van de gegevens in het EPD maar hoeven feitelijk geen onderdeel  van het EPD te zijn. Dit is natuurlijk tegen het zere been van de EPD leverancier die ernaar streeft om de software steeds rijker te maken met nieuwe functionaliteit.

Carr[2003] maakt in zijn artikel een onderscheid in proprietary technologieën en infrastructurele technologieën. Het verschil is dat een proprietary technologie eigendom kan zijn van één organisatie. Bijvoorbeeld om via een vooraf bepaalde en gestandaardiseerde werkwijze psychologische aandoeningen via internet te behandelen. Als een proprietary technologie beschermd blijft, kan het een langdurig strategisch voordeel opleveren. Dit in tegenstelling tot infrastructurele technologieën. Het strategisch voordeel van een infrastructurele technologie is dat deze zo veel als mogelijk gedeeld wordt in plaats van beschermd. Carr noemt in zijn artikel het voorbeeld van de spoorlijnen. Er is voor iedereen meer voordeel te behalen om gezamenlijk één spoorlijn tussen twee steden te gebruiken, dan dat ieder voor zich een eigen spoorlijn aanlegt.

De vraag is of een EPD in een zorgorganisatie van strategische waarde is (proprietary technologie) of een commodity (infrastructurele technologie) is. Het is waarschijnlijker dat het laatste het geval is. Bestuurders en managers doen er daarom goed aan om een EPD als een commodity te behandelen.

Geraadpleegde literatuur.

Nicholas G. Carr, IT Doesn’t Matter, Harvard Business Review, mei 2003.

Philip Fasano, Transforming Health Care; The Financial Impact of Technology, Electronic Tools, and Data Mining, John Wiley & Sons, 2013.

Lyle Berkowitz en Chris McCarthy (Editors), Innovation with Information Technologies in Healthcare, Springer, 2013.